Na een eerdere poging met de DNR 2022 is op 15 december 2025 De Nieuwe Regeling 2025 (DNR 2025) gepubliceerd — de opvolger van de DNR 2011. Wat verandert deze nieuwe regeling voor architecten, ingenieurs en andere adviseurs in de bouw- en technieksector? In dit blog bespreek ik de belangrijkste verschillen met de DNR 2011.
Waar de DNR 2022 niet heeft geleid tot een vernieuwde regeling, ligt er volgens NLIngenieurs een geactualiseerde regeling die een vlotte en evenwichtige samenwerking tussen partijen moet bevorderen.
In de opzet is dat zichtbaar. De regeling is drastisch ingekort: 22 artikelen in plaats van 59. Ook is de DNR 2025 een stuk compacter, strakker gestructureerd en toegankelijk geschreven zonder juridisch jargon. Dat geldt ook voor de bijbehorende toelichting.
Volgens de Toelichting sluit deze versie beter aan bij de huidige praktijk, nieuwe wet- en regelgeving en de digitalisering in de sector. De nieuwe voorwaarden houden uitdrukkelijk rekening met het Europees consumentenrecht. Dat geldt ook voor digitalisering & AI, cyberincidenten, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), duurzaamheid en constructieve veiligheid.
De DNR 2025 met de Toelichting, de Modelovereenkomst DNR 2025 en de Veelgestelde vragen DNR 2025 zijn te vinden op website van de BNA. De vernieuwde kruisjeslijst, de Stb 2025, is ook vernieuwd en als bèta-versie beschikbaar.
Inhoudelijk zijn de belangrijkste verschillen tussen de DNR 2011 en de DNR 2025:
Constructieve veiligheid en kwaliteitsborging
De DNR 2025 regelt constructieve veiligheid expliciet en verdeelt de verantwoordelijkheid daarvoor tussen opdrachtgever en adviseur. Is de adviseur verantwoordelijk voor constructieve veiligheid, dan is hij verplicht om zijn opdrachtgever schriftelijk te waarschuwen voor constructieve veiligheidsrisico’s.
In aansluiting op de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) bevat DNR 2025 een specifiek hoofdstuk over de rol van de adviseur als kwaliteitsborger, zijn onafhankelijkheid, de informatieplicht van de opdrachtgever en een verregaande beperking van zijn verantwoordelijkheid voor vergunningen, ontwerp van derden en bouwkwaliteit.
Aansprakelijkheid, vervaltermijnen en derdenadviseurs
Aansprakelijkheid adviseur
De aansprakelijkheidslimieten uit de DNR 2011 blijven in de kern overeind. De aansprakelijkheid van de adviseur is beperkt tot 1x of 3x de advieskosten met een maximum van € 1.000.000 of € 2.500.000,- en minimaal € 75.000 voor consumenten. Nieuw is dat de DNR 2025 deze limieten koppelt aan het honorarium van de adviseur exclusief BTW.
Vervaltermijnen
De DNR 2011 kent een gelaagd systeem van protest- en vervaltermijnen: de opdrachtgever moet eerst zo snel mogelijk klagen, dan binnen twee jaar een rechtszaak starten, anders vervalt zijn recht om dat te doen. Dat vervalt in ieder geval na 5 jaar.
De DNR 2025 versimpelt de vervaltermijnen tot één algemene vervaltermijn van vijf jaar voor alle vorderingen. Een opdrachtgever heeft vijf jaar de tijd om in actie te komen. Daarna heeft hij geen claim meer.
Derdenadviseurs
De DNR 2011 kent een genuanceerde regeling voor personen die geen partij zijn bij de overeenkomst tussen opdrachtgever en adviseur, maar die de opdrachtgever en de adviseur inschakelen als hulppersoon. De adviseur is jegens opdrachtgever aansprakelijk voor de voorgeschreven persoon, maar voor niet meer dan waartoe de adviseur die persoon kan aanspreken.
De DNR 2025 vereenvoudigt deze regeling. De adviseur is aansprakelijk voor door hem ingeschakelde hulppersonen als derdenadviseurs, maar niet voor door de opdrachtgever ingeschakelde of voorgeschreven derdenadviseurs.
Opzegging en beëindiging opdracht
De DNR 2011 bevat een uitgebreide en versnipperde regeling voor opzegging en voortijdige beëindiging van de opdracht.
In plaats daarvan kiest de DNR 2025 voor één generieke regeling. Bij beëindiging van de opdracht door opzegging, met of zonder grond, krijgt de adviseur een vergoeding op basis van de stand van het werk inclusief de periode van de opzegtermijn.
Zegt de adviseur op zonder grond of vanwege een grond die bij de adviseur zelf ligt, dan mag opdrachtgever een schadevergoeding van 10% inhouden op het aan de adviseur toekomende bedrag. Andersom mag de adviseur deze vergoeding vermeerderen met 10% van het resterende honorarium als opdrachtgever opzegt zonder grond of vanwege een grond die bij hem ligt.
Intellectuele eigendom, gebruiksrecht en aanpassing object
Ook bij de (intellectuele) eigendomsrechten van de adviseur op de documenten die hij heeft gemaakt en het (het)gebruik daarvan door de opdrachtgever kiest de DNR 2025 voor een kernachtige regeling:
- Alle IE-rechten berusten bij de adviseur, en
- De opdrachtgever krijgt na volledige betaling een niet-exclusief, niet-overdraagbaar en onherroepelijk gebruiksrecht voor het overeengekomen doel, met voorwaarden voor hergebruik en promotioneel gebruik door beide partijen.
Nieuw is een afzonderlijk artikel over latere aanpassingen van het gerealiseerde object. De adviseur zal zich onder de DNR 2025 niet verzetten tegen noodzakelijke aanpassingen wegens gewijzigde regelgeving, veiligheid of duurzame herbestemming, mits zijn persoonlijkheidsrechten worden gerespecteerd.
Geschillenbeslechting en positie consument-opdrachtgever
Zowel de DNR 2011 als de DNR 2025 gaan eerst uit van een minnelijke oplossing van geschillen. Lukt dat niet dan gaat de DNR 2011 - met uitsluiting van de gewone rechter – uit van geschilbeslechting door de RvA. Met uitzondering van kantonzaken met een waarde tot € 25.000,-
De DNR 2025 gaan daarentegen standaard uit van uit van geschilbeslechting door de gewone rechter met de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen (RvA) als optie. Een keuze voor de RvA moet wel uitdrukkelijk zijn overeengekomen.
Geen maatwerkafwijkingen meer van de DNR 2025?
Volgens de BNA betekent de DNR 2025 voor opdrachtgevers en adviseurs vooral gemak. Doordat de regeling aansluit bij de huidige realiteit zijn maatwerkafwijkingen minder vaak nodig en verlopen contractbesprekingen vlotter. De balans tussen rechten en plichten blijft gewaarborgd.
Het is de vraag of opdrachtgevers dat ook zo zullen ervaren.
De DNR 2025 komt maar gedeeltelijk tegemoet aan de onevenwichtigheid die opdrachtgevers in de praktijk ervaren. De voorwaarden zijn zichtbaar gemoderniseerd, maar in de kern blijft de DNR 2025 adviseursvriendelijk.
De DNR 2025 is, net als de DNR 2011, niet paritair in breed overleg met opdrachtgevers tot stand gekomen, maar opgesteld door BNA en NLingenieurs met consultatie van opdrachtgevers.
De beperkte aansprakelijkheid van adviseurs in geld, omvang (alleen directe schade) en een korte vervaltermijn blijft intact.
Ondanks het algemene gebruiksrecht van opdrachtgever, blijft het gebruik van het ontwerp na opzegging door opdrachtgever zonder grond, of op een grond gelegen bij opdrachtgever en bij opzegging van opdrachten in het kader van een selectie / prijsvraag / aanbesteding die niet tot een vervolgopdracht leiden, afhankelijk van toestemming van de adviseur met ruimte voor aanvullende voorwaarden zoals een aanvullende vergoeding.
Ik verwacht dat opdrachtgevers de DNR 2025 op deze onderdelen nog steeds onvoldoende evenwichtig vinden en geneigd zijn om daarvan af te wijken.
Dat verklaart waarom Bouwend Nederland al heeft aangekondigd aanvullende voorwaarden te ontwikkelen die leden naast de DNR 2025 kunnen gebruiken om te contracteren met adviseurs. En waarom Techniek Nederland ziet de DNR 2025 niet als eindstation, maar als een stap richting een toekomstbestendig en transparant samenwerkingskader tussen opdrachtgevers en samenwerkende partijen. Deze partijen willen via een DNR-tafel gezamenlijk verder sleutelen aan de DNR 2025.
Conclusie
De DNR 2025 is duidelijk een stap vooruit ten opzichte van de DNR 2011. De nieuwe regeling is moderner, korter, beter gestructureerd, helder en toegankelijk geschreven met aandacht voor digitalisering & AI, cyberincidenten, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), duurzaamheid en constructieve veiligheid. Tegelijkertijd is deze regeling op belangrijke onderdelen duidelijk adviseursvriendelijk. Ik verwacht dat professionele opdrachtgevers ook onder de DNR 2025 behoefte zullen houden aan maatwerkoplossingen met eigen aanvullingen en afwijkingen.

