Het nieuwe stelsel van private kwaliteitsborging moet gebouwen constructief veiliger en kwalitatief beter maken.

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, toetst het bevoegd gezag de bouwkwaliteit niet meer vooraf aan het bouwplan. In plaats daarvan toetst het bevoegd gezag of de aanvrager in de vergunningaanvraag in ieder geval:

  • heeft aangegeven tot welke gevolgklasse het bouwwerk behoort;
  • heeft aangegeven welk instrument voor kwaliteitsborging wordt gebruikt en;
  • (uiterlijk voor start bouw) aan het bevoegd gezag heeft gemeld wie de kwaliteitsborger is.

Zonder de juiste gevolgklasse (in het wetsvoorstel nog “risicoklasse” genoemd), geen omgevingsvergunning. Het kiezen van de juiste gevolgklasse is dus belangrijk.

Gevolgklassen

Hoe bepaalt de wetgever de gevolgklassen en dekt dat de lading?

De wetgever heeft drie gevolgklassen bepaald aan de hand van de Eurocodes. Eurocodes zijn een soort Europese NEN-normen voor het toetsen van de constructieve veiligheidsrisico’s van bouwconstructies.

De gevolgklassen varieren van een laag risico (consequence class 1) naar een middelmatig (consequence class 2) en een hoog risico op het verlies aan mensenlevens, economische-, sociale- of milieugevolgen (consequence class 3).

De gevolgklassen maken aan de hand van gebouwkenmerken een onderscheid tussen instrumenten voor nieuwbouw en verbouw en tussen utiliteitsbouw en woningbouw.

Volgens de minister valt 80% van de vergunningplichtige bouwwerken in gevolgklasse 1 met een “laag” risico.

Het lastige is dat de gevolgklasse waartoe een gebouw volgens de Eurocodes behoort niets zegt over de zwaarte van het instrument voor kwaliteitsborging. De Eurocodes leggen namelijk geen relatie met de technische vereisten van het Bouwbesluit 2012.

Om ervoor te zorgen dat de bouwconsument als aanvrager van een omgevingsvergunning de juiste risicoklasse kan aanvragen en het juiste instrument van kwaliteitsborging kan kiezen, moeten de gevolgklassen helder worden gedefinieerd.

De Stichting IBK heeft gevolgklasse 1 op 21 november 2014 uitgewerkt in eenmemo aan de Stuurgroep Kwaliteitsborging.

Gevolgklasse 1

Volgens dit memo gaat het in zijn algemeenheid om gebouwen waarvoor geen gebruiksmelding of vergunning brandveiliggebruik nodig is, zolang de gebouwen niet hoger zijn dan 20 m. Verder mag geen sprake zijn van een gelijkwaardige oplossing met betrekking tot constructieve veiligheid of brandveiligheid .

Deze algemene beschrijving op hoofdlijnen geeft de bouwconsument onvoldoende inzicht om in te schatten of wat hij wil (ver)bouwen past in gevolgklasse 1 of in een andere gevolgklasse. Daarom zullen de gevolgklassen uiteindelijk bij Amvb worden uitgewerkt en aangevuld met objectieve criteria met specifieke gebouwkenmerken.

Door het ontbreken van de Amvb is het op dit moment lastig om in te schatten hoe de gevolgklassen er concreet gaan uitzien en of de bouwconsument zonder al teveel moeite de juiste gevolgklasse kan kiezen om een omgevingsvergunning aan te vragen.

Hoe kies je de juiste gevolgklasse?

1. Binnen welke definitie valt het te (ver)bouwen gebouw? => de toepasselijke gevolgklasse;

2. Heeft gebouw een woonfunctie? Zo ja, dan gelden aanvullende vereisten voor gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid;

3. Is sprake van nieuwbouw of verbouw? Dan is een licht of zwa(a)r(d)er instrument voor kwaliteitsborging van toepassing.

Verrassing: eerst de onderkant van gevolgklasse 1 dan de rest

In afwijking van het consultatiewetsvoorstel heeft de wetgever gevolgklasse 1 opgesplitst in een gevolgklasse 1A en 1B.

Gevolgklasse 1A

Gevolgklasse 1A ziet op nieuwbouw en seriematige bouw. Gevolgklasse 1B gaat zien op niet-seriematige bouw. Hoe die categorie eruit ziet is nog niet duidelijk.

Om te beginnen gaat de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen dus alleen gelden voor bouwwerken met gevolgklasse 1A.

Kleine aannemers van seriematige nieuwbouw van grondgebonden woningen en seriematige renovatieprojecten krijgen zo extra voorbereidingstijd om aan het nieuwe stelsel te wennen. Andere partijen in de bouw kunnen voorlopig dus geen ervaring opdoen met het nieuwe stelsel voor kwaliteitsborging .

Een aantal partijen zoals de Aannemersfederatie, de BNA en BTWinfo is teleurgesteld over deze stap van de minister, omdat de keuze voor gevolgklasse 1A weinig toegevoegde waarde heeft voor de particuliere bouwconsument. Bij deze projecten wordt meestal al een vorm van kwaliteitsborging wordt toegepast zoals bijvoorbeeld een verzekerde garantie van Bouwgarant, Woningborg en SWK met de Stichting Garantiewoning als onafhankelijke “kwaliteitsborger”.

Hogere leges, wie gaat dat betalen?

Als de bouwplantoets als eerste voor seriematige nieuwbouw en seriematige renovatieprojecten gaat verdwijnen, zullen gemeenten voor deze projecten waarschijnlijk geen of minder leges innen, omdat deze gemeentelijke taak vervalt.

De keuze voor het opsplitsen van gevolgklasse 1 in gevolgklassen 1A en 1B heeft waarschijnlijk dus hogere leges voor de kleine bouwaanvragen buiten deze categorie tot gevolg. Anders kunnen gemeenten niet kostendekkend werken.

Kleine bouwaanvragen worden vaak door of namens de particuliere bouwconsument ingediend. Juist de groep wiens positie volgens het 2e gedeelte van het consultatiewetsvoorstel (Par. 5 MvT “Verbetering positie bouwconsument”) volgens de minister moet worden verbeterd.

Aansprakelijkheid verborgen gebreken

Het mes snijdt aan twee kanten.

Tegenover de extra voorbereidingstijd en het kunnen wennen aan de publiekrechtelijke aspecten van het nieuwe stelsel, staat dat iedereen, ook de kleine aannemers, gaat wennen aan de privaatrechtelijke gevolgen van het nieuwe stelsel.

Na inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen worden aannemers dwingendrechtelijk aansprakelijk voor verborgen gebreken na de oplevering, tenzij de gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Dat zijn gebreken die niet zijn genoteerd op het proces-verbaal van oplevering.

Verruiming particulier opschortingsrecht

Verder krijgen particuliere opdrachtgevers het recht om hun betalingsverplichting van de laatste 5% van de aanneemsom op te schorten en in depot te storten bij de notaris. De notaris mag het depotbedrag na het verstrijken van de termijn van 3 maanden pas overmaken aan de aannemer, nadat de particuliere opdrachtgever uitdrukkelijk heeft aangegeven dat hij geen gebruik wil maken van zijn opschortingsrecht.

De aannemer moet dus 5% van de aanneemsom langer voorfinancieren en wordt afhankelijk van de particuliere opdrachtgever voor betaling door de notaris in plaats van dat het depot als hoofdregel eindigt 3 maanden na de oplevering zoals nu het geval is.

Informatieverplichting verzekering bouwfouten

Aannemers worden ook verplicht om particuliere opdrachtgevers informeren over een verzekering tegen bouwfouten of een faillissement van de aannemer.

Elk nadeel heeft zijn voordeel

Het nog niet kunnen opdoen van ervaring met het nieuwe stelsel voor private kwaliteitsborging is voor sommigen een nadeel. Voor andere misschien een voordeel. Afhankelijk van hoe lang het duurt voordat de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen voor alle vergunningplichtige (ver)bouwwerken gaat gelden, kunnen zij vanaf de zijlijn zien hoe de wet in de praktijk werkt voor het overslaan van de bouwtoets en het aanvragen van een omgevingsvergunning.